Weerom een pensioendebat vol gemeenplaatsen?

In het weekblad Trends roepen economen Gert Peersman en Stijn Baert op om de pensioenen te hervormen. Wat we tot nog toe te horen kregen over de federale regeringsvorming stemt Stijn Baert “niet echt hoopvol” en hij vreest dat de “crisis wordt gebruikt om structurele uitgaven te verhogen die zichzelf niet terugbetalen“. “Ik ben ook voor een minimumpensioen van 1500 euro, mits de gelijkgestelde periodes worden afgebouwd“, voegt hij er nog aan toe.

Foto door Andrea Piacquadio via Pexels

Beide professoren zeggen vanuit wetenschappelijke hoek meer te willen wegen op het beleid. Men moet het beleid meer voeren vanuit een wetenschappelijke onderbouw. En ruimte laten voor experimenten, zo is hun betoog.

Wat meer inhoudelijke ernst in beleidsvoering, daar kan geen weldenkend mens tegen zijn. Maar economie is niet zomaar een neutraal wetenschapsdomein dat onze samenleving met dezelfde precisie aanstuurt als de berekening van de draagkracht van een betonnen balk. Economie is niet waardeneutraal. Economen mogen daarom niet doen alsof al hun concrete adviezen zaligmakend zijn louter om wille van het feit dat zij ze formuleren.

Kern van hun betoog is dat de overheid meer productieve investeringen moet doen en zich niet mag laten verleiden tot meer consumptieve uitgaven. In een land met een stevig overheidsbeslag dat de afgelopen jaren de publieke investeringsuitgaven heeft afgebouwd, is dat een stelling die vele economen zullen onderschrijven. Maar je moet de mensen ook uitleggen hoe dit argument hier wordt gebruikt.

Het kan toch evenmin de bedoeling zijn dat we ons stelselmatig afzetten tegen iedere nieuwe consumptieve besteding? Pleiten voor het wegwerken van de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg of voor het optrekken van de lonen in de zorgsector bijvoorbeeld, komt eveneens neer op een verhoging van consumptieve bestedingen. Gaan wel al dit soort opties daarom zomaar afwijzen, terwijl ze beantwoorden aan reële noden?

Natuurlijk zijn de overheidsmiddelen niet oneindig. Het is het zaak keuzes te maken. Precies daarom zijn de uitspraken van economen niet neutraal en worden de keuzes door politici gemaakt. Daarom ook worden we beter niet bestuurd door een expertenregering en is constructief aan politiek doen belangrijk.

Maar nu concreet.

Professor Stijn Baert koppelt het optrekken van de minimumpensioenen aan de vermindering van gelijkgestelde periodes. Dat is een stelling waarvoor we weinig begrip opbrengen. Want wat hebben beide met elkaar te maken? Waarom zou een sociaal gerechtvaardigde maatregel zoals het optrekken van de minimumpensioenen (waarover algemene politieke consensus bestaat) precies moeten worden gekoppeld aan een vermindering van de gelijkgestelde periodes? Met een meer populistische ingesteldheid zou je je kunnen afvagen waarom de economen het optrekken van de minimumpensioenen niet koppelen aan een vermindering van de voordelige pensioenbreuk van universiteitsprofessoren? Het ene zou net zo veel of zo weinig met het andere te maken hebben (het gaat overigens ook om totaal andere bedragen).

De ‘gelijkgestelde periodes’ zijn de tijdsvakken in een loopbaan zoals jaarlijks verlof, ziekte, werkloosheid, loopbaanonderbreking,… die voor de berekening van het pensioen als gewerkte periodes worden beschouwd. Het optrekken van de minimumpensioenen zal vooral zelfstandigen ten goede komen en natuurlijk ook wel een pak werknemers met onvolledige loopbanen of erg lage lonen. Veel zal daarbij afhangen van de loopbaanvoorwaarden die eraan gekoppeld worden. Het afbouwen van de gelijkgestelde periodes komt louter op het conto van werknemers. Ja, er is een trend om een sterkere koppeling te maken tussen effectief persoonlijk opgebouwde rechten en een sociaal voordeel. Maar dat maakt onze samenleving er niet meteen zorgzamer mee. Je kan oeverloos redetwisten over hoeveel solidariteit je in een stelsel moet inbouwen. Precies daarom is dit geen louter economische kwestie. Economen weten overigens maar al te best dat een gebrek aan sociale solidariteit tot meer ongelijkheid en armoede leidt.

Dat professor Stijn Baert precies het optrekken van het minimumpensioen als aanleiding kiest om te waarschuwen voor oplopende consumptieve uitgaven is ronduit pijnlijk. De maatregel heeft tot doel ervoor te zorgen dat gepensioneerden die voldoen aan een aantal loopbaanvoorwaarden, een minimaal inkomen hebben, goed wetend dat ouderen in ons land een hoger armoederisico kennen (16%) dan het EU-gemiddelde (13%).

Het zou professor Baert sieren mocht hij hebben uitgelegd hoe hij ervoor zal zorgen dat alle gepensioneerden in ons land een decent pensioen bekomen. Een sociaal volkomen terechte verbetering compenseren met een andere asociale ingreep overtuigt ons niet. Ook economen kunnen er niet van onderuit dat de wettelijke werknemerspensioenen in ons land te laag zijn. Misschien zouden we ermee kunnen beginnen om ons land wat beter te besturen of bijvoorbeeld de onrechtvaardigheden in ons fiscaal stelsel weg te werken. Dat zou de kloof tussen politiek en bevolking verminderen, het vertrouwen in het beleid versterken en uiteindelijk de economie ten goede komen. Financiële ruimte voor sociale verbeteringen is er dan meteen.

Laat het duidelijk zijn, we zijn voorstander van wetenschappelijke adviezen die onze samenleving en economie vooruit helpen. Maar laat ze dan toch beter doordacht zijn dan de jongste uithaal van professor Stijn Baert. Als we pensioendiscussies ingaan met gemeenplaatsen en niet de echte doelstellingen voor ogen houden, dan komen we er zeker niet. Het moet meer zijn dan zichzelf even in de kijker werken.

Toelichting:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s