De letter van de wet

De afgelopen dagen was mijn aandacht getrokken door een berichtje over de openingstoespraak van Amy Coney Barrett voor de commissie van Justitie in de Amerikaanse Senaat: ‘Ik zal kijken naar de letter van de wet’, blokletteren de media.

Intuïtief weet je dat zoiets een anachronisme is. Maar mijn aandacht was getrokken.

Met media moet je natuurlijk altijd voorzichtig zijn, en daarom ging ik het eerst eens nalezen in de speech zelf. Daar staat het volgende:

Courts have a vital responsibility to enforce the rule of law, which is critical to a free society. But courts are not designed to solve every problem or right every wrong in our public life. The policy decisions and value judgments of government must be made by the political branches elected by and accountable to the People. The public should not expect courts to do so, and courts should not try.
(…)
I chose to accept the nomination because I believe deeply in the rule of law and the place of the Supreme Court in our Nation. I believe Americans of all backgrounds deserve an independent Supreme Court that interprets our Constitution and laws as they are written. And I believe I can serve my country by playing that role.

De uitdrukking ‘enkel de letter van de wet telt’, staat er dus toch wel met zoveel woorden in.
Uiteraard hebben rechtbanken een cruciale rol in het doen naleven van de wetgeving. En dat rechtbanken niet de beste plaats zijn om alle problemen op te lossen, daar hoef je evenmin iemand van te overtuigen. Dat de uitwerking van de wetgeving toekomt aan de politiek en niet aan de rechtbanken, is ook best logisch. Maar dat is nog een verschil met overstappen naar de letterlijke interpretatie van de Grondwet.

Het standpunt van Amy Coney Barrett doet de realiteit onrecht aan. Want als rechtbanken recht spreken, doen ze vaak aan rechtsinterpretatie. Dat kan nu eenmaal niet anders, want wetgeving – en zeker de Grondwet niet – kan niet alles in detail regelen of alle situaties voorzien. Kiezen voor een letterlijke interpretatie van de wetten, is nu net een der vormen van interpretatie. De kandidate rechter voor het Supreme Court verzwijgt dat. Geen fraai begin voor een opperrechter in spe.

Amy Coney Barrett. Foto: Rachel Malehorn / Wikimedia CC BY SA 3.0

Overtuigd van mijn eigen gelijk, heb ik er even een paar stofferige boeken op nageslagen.

In eerste kandidatuur (nu heet dat bachelor) leerde prof. W. Delva ons in de cursus ‘Algemene beginselen van het recht’ al dat de rechtspraak een groot aandeel heeft als materiële rechtsbron.

Want een regeling die door een gevestigde rechtspraak bekrachtigd wordt, krijgt alhoewel ze in rechte geen algemeen verbindende kracht bezit, in feite (praktisch) algemene toepassing, alsof het een wet of een rechtsgewoonte geldt. En zodoende zal de wetgever er ook dikwijls toe gebracht worden, die regeling in een wet op te nemen om aldus de inhoud te verrijken van het formeel geldend recht of zal hij deze regeling in de plaats stellen van een bestaande tegenstrijdige formele rechtsregeling. 
De rechtspraak is dus wel een bron van nieuw recht; doch de rechter blijft daarbij, in zekere zin, in zijn rol, zonder eigenlijk wetgever te gaan spelen. Bij de toepassing van het formele recht moet de rechter immers voortdurend de teksten verklaren en interpreteren, hetgeen aanleiding geeft tot een zich aanpassen aan de zich wijzigende omstandigheden; onder de drang daarvan wordt hij er soms toe gebracht de tekst enigszins geweld aan te doen. En indien daartoe gegronde redenen bestaan of schijnen voorhanden te zijn, zal de wetgever doorgaans verkiezen de tekst aan te vullen, te wijzigen, te vervangen, of (indien de wetsbepaling verouderd lijkt) eenvoudig op te heffen.

W. Delva, Algemene beginselen van het recht, volume 1, uitgave 1975 – blz. 22

Prof. P. De Vroede voegt eraan toe dat de interpretatie van de rechtsregel in feite drie verschillende, weliswaar verwante, begrippen dekt: de eigenlijke interpretatie, de rechtsvinding (de rechter moet een conflict oplossen waarbij de rechtsregel niet onmiddellijk kan gevonden worden in de wetgeving) en de rechtsverfijning (de rechter beschikt over een rechtsregel, maar die is onvolledig).
(De Vroede, Inleiding tot het recht, 1979, blz. 99 e.v.)

Die interpretatieruimte van de rechter is uiteraard niet onbeperkt. In ons land gaat het Hof van Cassatie na of het geschreven recht naar behoren is toegepast bij rechterlijke uitspraken.

In mijn boekenkast met oude cursussen vond ik ook nog ‘De interpretatievrijheid van de rechter’, uit 1979 van M. Van Hoecke. Hij beschrijft niet alleen de verschillende interpretatiemethodes, maar illustreert dat een letterlijke interpretatie van de wetgeving kan leiden tot irrelevante, absurde of onbillijke gevolgen (blz. 97 e.v.). Een verstandige rechter mag zich daar naar niet laten door misleiden. De wetgever is helemaal geen perfect rationeel instituut dat alle situaties voorziet en helder regelt.

Helemaal leuk wordt het als we de ‘Algemene inleiding tot het recht’ van Prof. Marcel Storme herlezen. Hij herinnert ons aan de evolutie: 
Rond de periode van de codificaties (1790 en volgende jaren) wordt de taak van de rechter eerder gezien als die van de nederige dienaar van ‘de wet’. De totstandkoming en de vorming van het recht hoort bij uitsluiting aan de wetgevende macht, aan de rechter hoort het de wet toe te passen. Zo kon Montesquieu zeggen dat de rechter is: “la bouche qui prononce la parole de la loi”. Robespierre daarentegen vond dat: ‘le mot de jurisprudence des tribunaux doit être effacé de notre langue’. (…) Zeer snel heft zich een kentering voorgedaan nopens de opvattingen terzake. Het is nochtans zo dat men niet kon zeggen dat deze opvatting tot het verleden behoort. Een aantal uitlopers van deze opvatting zijn nog voorhanden, gebaseerd op de ‘eerbied’ voor de wet en een bestendig aanwezige behoefte om nieuw onstane juridisch-sociale situaties te willen onderbrengen in totaal onaangepaste bestaande rechtsstructuren.
(M. Storme, Algemene inleiding tot het recht, 1978, blz. 105 e.v.)

Voeg daaraan toe dat de opbouw van het Amerikaans rechtssysteem grondig verschilt met het onze, doordat het gebaseerd is op het Common Law systeem.  Dit geeft dus veel meer plaats aan de rechter. In de Common Law is het belang van precedenten in rechterlijke uitspraken erg belangrijk voor de rechtsontwikkeling. Op haar website geeft de Supreme Court zelf aan dat die interpretatie van de Grondwet een evolutief gegeven is – een waarheid als een koe. In de VS zijn (analoog als bij ons) verschillende juridische interpretatietechnieken gangbaar.

Dat een opperrechter in spe, precies in het Common Law systeem, voor de Senaatscommissie Justitie teruggrijpt naar – voor ons achterhaalde – inzichten uit de achttiende eeuw is ronduit triest. We realiseren ons onvoldoende dat er in de VS, veel meer dan bij ons, heel wat aanhangers zijn van de theorie over de letterlijke interpretatie van de grondwet. Het is daar echt een belangrijke stroming in de rechtsinterpretatie. Ik ken mevrouw Amy Coney Barrett alleen van naam, maar dat het om een oerconservatief iemand gaat, kan je nog moeilijk betwijfelen.


Wil je meer weten over de Amerikaanse Grondwet? Gebruik de site van het National Constitution Center.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s